[Column] Geschreven door Joost op 2006-01-11 23:17:17
Papkindje
‘Nee-hééé, je moet op DS Download Play drukken.’ De jongen de die woorden uitspreekt is een vlezige gestalte, een meter breed, anderhalve meter lang, een halve meter diep. Vet, bruin, krullerig haar zit plakkerig over zijn witte blote billengezicht gedrapeerd. Zijn mollige witte vingers lijken op opgezwollen regenwormen, en laten lange, vette strepen achter op het bekraste touchscreen van zijn Nintendo DS – zijn beide styluspennetjes is hij hoogstwaarschijnlijk al geruime tijd kwijt. ‘Zeg dat dan meteen’, antwoordt een tengere gestalte. Een schriele jongen van zo’n 1,70 die zich naast het brok vlees bevindt, gezeten op de hoogste tree van de stenen trap die leidt naar de studieruimte. Hij produceerde een geluid zoals een weekdier zou moeten klinken: hoog, zwakjes en soppig; het geluid van een wezen wat geen lang leven beschoren is. Het brok zegt niets terug, staart slechts turend naar de massa aan kleur die op het scherm van zijn DS te zien is. ‘Ja, ik zie The Dark Overlord verschijnen. Druk op A’, zegt het vetje, z’n stem lichtelijk vervormd door de lappen vlees die op zijn stembanden drukken. [url=http://www.m-gaming.nl/files/Kolomplaatjuuuh001.jpg][img] http://www.m-gaming.nl/files/Kolomplaatjuuuh001.jpg border=0 align=left [/img][/url]Ik schuifel stilletjes naar boven, om de twee menselijke wezens heen, totdat ik achter hen sta en ze vanuit een duistere spelonk ongemerkt gade kan slaan, terwijl ik ondertussen goed zicht heb op de vier lichtafgevende schermpjes. Ik zie dat de twee zich wagen aan Mario Kart DS. Hun uiterlijke schijn heeft me klaarblijkelijk bedrogen en daarnaast zie ik dat de nieuwe generatie scholieren niet slechts uit smakeloze sjonbakken met matjes en oorringen bestaat, of deprimerende goths waarvan er de laatste tijd ineens zoveel door de gangen zweven. Goed om te zien. ‘Cheep Cheep Beach wordt ‘t. Niet snaken,’ beveelt de bolle. ‘Snaken?’ ‘Laat maar’. En de twee gaan met de spreekwoordelijke banaan. Ik zie gelijk dat de tengere totaal geen Mario Kart ervaring heeft. Onbeholpen hort en stoot hij zich voort met Shyguy, peinzend kijkend naar die wirwar aan vloekende kleuren, vreemdsoortige objecten en het kabbelende water wat in desbetreffend level zo voltallig aanwezig is. Met een knal rijdt hij zich vast op de kade. ‘Hoe rij ik achteruit!?’ roept hij verschrikt en hoog. ‘Mmmeh,’ antwoordt het papkindje slechts, niet welwillend om te antwoorden, de overwinning veilig willen stellen. Maar het kan even goed zijn dat hij te veel into de game is. Ik geef hem maar het voordeel van de twijfel. ‘Heb ’t al,’ zegt het schrille creatuur, die erachter gekomen is dat B hem naar achter laat rijden. De strijd kan weer in volle gang doorgaan, en dat gaat ‘ie ook. De dikke ligt een flink stuk op kop, maar de dunne krijgt het spelletje steeds beter in de vingers en een glinsterende ster laat hem vlot wat metertjes inhalen. Ondertussen zie ik de bolle volop snaken, de smiecht. Gelukkig dat hij er niets van bakt en tot zijn grote ergernis terecht komt in het alles verzwelgende donker water. Zweetdruppeltjes parelen op zijn voorhoofd, sommige ervan druipen gestaag omlaag van zijn verhitte gezicht. Onderwijl slaakt hij diepe zuchten en kreunt hij flink, alsof hij een kalf aan het baren is. Zijn tegenstander op zijn beurt maakt hoog piepende geluiden, en slaakt kreten van triomf als hij de groene schilden die op hem afgevuurd worden kundig ontwijkt. Ondertussen begluren meer personen het flamboyante tweetal – en toegegeven: het is ook zondermeer een vermakelijk schouwspel. ‘Kuthomo!’ krijst de vatsige. De dunne slaat een hoog en kakelend lachje uit, een giechelig geluid wat een Japans schoolmeisje niet mis zou staan. Maar het tij keert. De dikke – die zichzelf overigens virtueel heel toepasselijk gestalte geeft in de vorm van Bowser – knalt de Shyguy voor zich onderuit en cruised naar de finish. Maar dan slaat een vervelende plotwending toe, een die onwaarschijnlijk weinig kans had om te geschieden, maar toch nu, hier, bovenaan de trap die leidt naar de studieruimte, geschied: Shyguy rijdt door een itembox en krijgt een blauw schild. De dikke ziet het, blikt ineens heel angstig, en laat vlug zijn dikke worstjes als een bezetene over de knoppen dansen. Het triomf gevoel wat hij zojuist gehad moet hebben heeft plaats gemaakt voor machteloosheid en verdriet; het schild raakt hem 10 meter voor de finish frontaal tegen de achterzijde. Het schriele wezen slaakt een laatste kreet en rijdt over de finishstreep. Een joviaal gevoel van blijdschap maakt zich van hem meester. Champagne wordt denkbeeldig ontkurkt, het zelfvertrouwen groeit als kool, de victorie smaakt zoet. Terwijl de verliezer verbeten en treurig voor zich uitstaart, barst de tot dan toe stilletjes toekijkende menigte ineens in een bulderend gelach uit. Even veranderen alle toeschouwers in potjes zout die brandende korrels strooien in de verse wonden van het verloren hoopje mens. De schriele kan het niets schelen, hij heeft gewonnen, en dat neemt niemand ‘m ooit meer af. Ook geen onwetende lachebekken.