[Special] Geschreven door RutgerK op 2004-06-02 05:02:17
Realisme? Nou en?
Nou, de nieuwe Zelda wordt realistisch. Hiep hiep hoera mensen. Hebben jullie nou je zin? Hadden we met The Wind Waker eindelijk eens een game die er ongelofelijk gaaf en vernieuwend uitzag, gooit Nintendo de boeg weer om. Waarom? Waarom Nintendo? Alleen maar omdat een paar fantasieloze beeldschermkakkerlakken jullie de oren van je kop zeurden om de volgende Zelda toch vooral weer ‘stoer’ te maken?
Hoe het ook zij, de muggenzifters hebben hun zin. Als de volgende Zelda uitkomt, kunnen jullie fijn je tong uitsteken naar de Xbox- en PS2-bezitters. Ze kunnen jullie niet meer pesten met de ‘kiddy’ Zelda van vorig jaar. Zijn jullie even een partij stoer zeg, met zo’n gespierde, norse, realistische Link onder de duimen.
Wat is realisme nu helemaal? Ik speel games om even weg te vluchten uit de dagelijkse beslommeringen. Ik wil een wereld betreden waar ik alle problemen die ik tegenkom met één zwaai van mijn toverstokje kan wegwuiven. Als ik in een hyperrealistische setting wil vechten met net-echte dikke zwijnen met hele echte steekwapens, dan ga ik wel naar de Tilburgse wijk Broekhoven terwijl ik heel hard “Willem II is klote!” roep.
Realisme in games hoeft natuurlijk niet slecht te zijn. Stel dat Solid Snake er in Metal Gear Solid bij zou lopen als een clownekse lilliputter met waterpistool, dan zou het bepaald niet het vette spel zijn dat we allemaal kennen. Maar soms is realisme eng. Dat gebeurt als een game ‘echter dan echt’ wil zijn. Een mooi voorbeeld zijn de Shen Mue-spellen.
Wie deze klassiekers niet kent, moet maar eens snel een Dreamcast of een Xbox aanschaffen. De Shen Mue games, twee in totaal, vertellen het verhaal van een jonge man die de moord op zijn vader wil wreken. Tot zover klinkt het als een dertien in een dozijn verhaaltje, maar het unieke aan de games is dat de spelwereld zo realistisch mogelijk is neergezet. Mensen gaan naar hun werk, doen ’s nachts de deur op slot en zitten lekker aan een terrasje als het zonnig weer is. De hoofdrolspeler moet werken voor zijn geld: kratten versjouwen, een heftruck besturen of gewoon een gokje wagen bij een sjofele kermisklant. Je kunt winkelen, arcade-games spelen en met de bus reizen. En als je dorst hebt, trek je gewoon een blikje cola uit de automaat.
Dat is natuurlijk allemaal schijnrealisme. Geprogrammeerd. Wie in Shen Mue met de bus wil, kan op een kaartje bij de halte de aankomsttijden zien. Maar als op het kaartje 18:00 uur staat, dan komt de bus ook EXACT om 18:00 uur aan. Geen seconde later. Wie regelmatig met de bus reist, weet dat dit dus juist NIET realistisch is. Het zou pas echt zijn, als de bus een kwartier te laat komt terwijl je in de stromende regen staat te wachten.
Nog een voorbeeld: in Shen Mue II loop je op een gegeven moment langs enkele havenwerkers. Ze stapelen kratten op elkaar. Tot zover niks aan de hand, toch? Echter, wie blijft kijken, ontwaart iets vreemds: zodra de havenwerkers klaar zijn met hun werk, ZETTEN ZE DE KRATTEN WEER OP DE GROND! Als ze daarmee klaar zijn, beginnen ze weer opnieuw te stapelen. Het is gewoon een loop die pas opvalt als je er naar blijft kijken.
Wat wil ik hier eigenlijk mee zeggen? Ik wil de Shen Mue games zeker niet afkraken, want ze zijn op hun eigen, vreemde manier geweldig. Maar in hoeverre moeten games realisme nastreven? In hoeverre kunnen ze dat? De krattenstapelaars en de hyperstipte bus uit mijn voorbeelden laten zien dat het echte leven misschien te gecompliceerd is om getrouw na te bootsen. Shen Mue werd zelfs aangekondigd als een ‘life-simulator’, maar het is te statisch, te geprogrammeerd om een kritische observatie te kunnen doorstaan.
Misschien moeten gamedesigners afstappen van hun hang naar echtheid. Ze zouden hun eigen wereld kunnen creëren, met hun eigen regels en wetten. Hun fantasie gebruiken. Dan hoeven ze niet meer te berekenen hoe het zonlicht op een zwaard precies weerkaatst wordt, want dat bepalen ze dan zelf wel.
Nee, in de nieuwe Zelda zullen de wapens vast heel realistisch glinsteren in het fakkellicht. De stenen vloeren van de dungeons zien er vast heel zompig en koud uit. De rimpels op het gezicht van Link krullen ongetwijfeld in een realistische grimas als hij een Moblin (met heel echt haar!) aan zijn zwaard rijgt. Nou en? Ik zal rouwen om die lieve, kleine, kiddy Link in zijn mooie tekenfilmwereld. Uit de tijd dat Nintendo nog durfde.
Door:
Martijn van Best
Ben je het eens of juist oneens met Martijn z'n stellingen? Reageer dan hieronder en vertel waarom jij jouw standpunten en discussieer met medeleden!